Trauma en onderwijs


Iedereen maakt in zijn of haar leven wel lastige dingen mee. Sommige dingen zijn héél ingrijpend, zoals een ouder verliezen (al dan niet op jonge leeftijd), een (zwaar ongeluk) meemaken, een (vecht)scheiding, een ouder met een psychische aandoening of verslaving, vluchten vanuit je thuisland, huiselijk geweld/verwaarlozing/misbruik, etcetera. We begrijpen allemaal dat dergelijke voorbeelden heel ingrijpend zijn voor iemand, voor volwassenen maar al helemaal voor kinderen. Een ingrijpende gebeurtenis in je jeugd, ook wel ACE genaamd (adverse childhood experience), kan het welzijn en dus ook het gedrag van een kind behoorlijk beïnvloeden. Bij sommige kinderen weten leerkrachten wat er aan de hand is, maar in andere gevallen is dat niet het geval. Het zal ook niemand verbazen dat ingrijpende gebeurtenissen, waarvan sommige zelfs chronisch zijn, zoals mishandeling, verwaarlozing of misbruik, de prestaties en het gedrag van het kind op school beïnvloeden. En het mag ook duidelijk zijn dat deze kinderen juist onze steun en begrip goed kunnen gebruiken. Deze kinderen hebben vaak te maken met (onder andere):

  • een overactief zenuwstelsel (hyperarousal/hypoarousal) wat ervoor zorgt dat een kind voortdurend in de fight/flight/freeze-stand komt en niet in de ‘leerstand’.
  • een negatief zelfbeeld waardoor het angstig wordt bij het aangaan van een taak ('ik kan het toch niet' dus vermijden is dan een betere optie dan falen).
  • onvoldoende emotieregulatie of sociale vaardigheden waardoor het gedrag van het kind niet adequaat afgesteld kan worden op de omgeving; etc.


Deze kinderen hebben het soms (heel) zwaar op school. Ze worden in het huidige onderwijssysteem ook vaak afgerekend op hun gedrag omdat men het gedrag lastig vindt, maar juist deze kinderen hebben volwassenen nodig die kalm, vriendelijk en begripvol kunnen zijn én blijven, juist wanneer het lastig wordt! Een kalme, vriendelijke en begripvolle volwassene kan een kind, dat wordt overspoeld door heftige emotie (bijv. angst of boosheid) helpen om de spanning te (leren) reguleren, om er mee om te leren gaan. Deze volwassene is op dat moment co-regulator en laat het kind alternatieve manieren zijn om met (heftige) emoties om te gaan. Want wanneer het kind ergens emotioneel op reageert, emotioneler dan eigenlijk nodig is in de situatie, dan verhoogt stressniveau bij het kind. Dat het vecht/vlucht-mechanisme activeert en dát zorgt er weer voor dat het kind uit verbinding treedt en gedrag laat zien dat vaak niet wenselijk is.


Door traumasensitief te handelen laat je het kind zien dat je om het kind geeft, dat je niet weggaat of opgeeft, ook niet als het even lastig wordt, en kun je het kind helpen om te leren hoe het zich anders kan uiten. Dat doe je in de eerste plaats door het goede voorbeeld te geven en door jezelf af te vragen wat er met het kind is gebeurd i.p.v. jezelf af te vragen waarom het kind zo doet. Kijk door een traumabril.


Traumasensitief handelen zorgt er tevens voor dat alle kinderen binnen boord blijven en zorgt voor een ondersteunend klimaat, gedragen door leerkrachten én leerlingen. 


Na het lezen van het boek van De Traumasensitieve School - Anton Horeweg- leek mij een graphic op zijn plaats. Deze (info)graphic gemaakt in samenwerking met Anton, toont een overzicht van kennis (zwart) en handelingen die helpend zijn (blauw) op school als het gaat om kinderen die te maken hebben gehad met ingrijpende gebeurtenissen. Het toont op overzichtelijke wijze wat belangrijk is en waar je op kunt letten.


Als je méér wilt weten over dit onderwerp, lees dan vooral het boek zelf. Leg het op school. Bespreek het met je collega's.


Er zullen nog binnenkort meer graphics volgen omtrent dit onderwerp dat op heel waardevolle bijdraagt aan het vergroten van het welzijn van kinderen op school. Want dat is waar deze website om draait: #INBALANZOPSCHOOL !

 

Risicofactoren en beschermende factoren


Ingrijpende gebeurtenissen leiden niet altijd tot trauma. Wel zijn er verschillende factoren die de kans hierop vergroten. Dat is persoonsafhankelijk. Het blijkt ook dat niet de gebeurtenis zélf maar hoe het kind met de gebeurtenis omgaat bepalend is voor het ontstaan van trauma. Ook zijn er factoren die helpend zijn in het verwerken en herstel van ingrijpende gebeurtenissen. Deze zijn mogelijk nóg interessanter, zeker voor docenten! Want wat blijkt: als het kind een ondersteunende volwassene om zich heen heeft, en dat kan óók een leerkracht zijn, dan is dat enorm helpend in het verwerken van nare ervaringen. De belangrijkste aandachtspunten voor deze ondersteunende volwassene zijn:

  • Kalm zijn en kalm reageren op gebeurtenissen
  • Zorg geven aan het kind
  • Ondersteunend aanwezig zijn

Positieve hulpbronnen helpen de organisatie van je zenuwstelsel


Wat je aandacht geeft, groeit! Dat weten we allemaal. Het is een veelgebruikte quote in het dagelijks leven. Toch is het interessant om te kijken wáárom dat nu het geval is; vooral bij mensen die te maken hebben gehad met een traumatische ervaring.

Bij een traumatische ervaring heb je te maken met een dusdanig overweldigende, of zelfs levensbedreigende, situatie dat het lichaam 'bevriest'. Op het moment dat deze bevriezingsreactie niet (goed) kan ontladen, kunnen traumasymptomen ontstaan. Een trauma is dus niet zozeer wát er is gebeurd maar hoe je lichaam deze ervaring integreert. Dat deel zal zich afsplitsen (fragmenteren) waardoor de samenwerking van verschillende processen in je lijf minder goed zal verlopen.


Op het moment dat de aandacht voortdurend uitgaat naar de pijn, de leegte of angst die gepaard zijn gegaan met de gebeurtenis, zal deze desorganistie in stand worden gehouden of misschien zelfs toenemen. In dat geval kunnen positieve hulpbronnen helpen. Positieve hulpbronnen zijn interne of externa dingen waar je een positieve relatie mee hebt ontwikkeld, waarmee je je verbindt. Externe hulpbronnen kunnen mensen, dieren of plekken zijn. Interne hulpbronnen kunnen persoonlijke kwaliteiten zijn maar ook je ademhaling en je vermogen tot lichamgelijk gewaarzijn. Door de aandacht te richten op positieve hulpbronnen creëeer je omstandigheden voor het zenuwstelsel om te kalmeren en de organisatie onderling te bevorderen. Het geeft een gevoel van veiligheid en de (hyper)activering, ook wel arousal, krijgt de kans om te ontladen. De kennis over het bestaan van positieve hulpbronnen en de positieve invloed van positieve hulpbronnen op het zenuwstelsel is dan ook heel handig.

Let op! Deze kennis is niet bedoeld om mee te experimenteren zonder overleg of begeleiding met een specialist!

De 'onderroute' bepaalt; gevaar voor bewustzijn. 


Vaak laten we het 'bewustzijn' een belangrijk deel opeisen bij het aansturen of bepalen gedrag ('stop, denk, doen'); vooral bij individuen (kinderen!) met gedragsproblemen. 'Je moet eerst nadenken vóór je iets doet!'. Maar je bewustzijn wordt pas veel later 'bewust' van hoe de informatie geïnterpreteerd wordt en hoe het eigenlijk bij je overkomt. Je lijf heeft al gereageerd en geanticipeerd voordat je er zelf 'weet' van hebt en dat maakt dat je soms dingen kunt doen, die je liever niet wilt of waar je achteraf spijt van hebt.


Gedrag dat sociaal wenselijk is, noemen we 'normaal' maar wat als 'normaal' er even niet in zit? Wat als jijzelf of iemand anders gedrag vertoont dat je niet kunt duiden, omdat het niet helemaal overeen lijkt te komen met de situatie? Dan kun je er vanuit gaan dat er dus iets onderligt wat (liefdevolle) aandacht behoeft (veiligheid eerst!).

Als docent, maar ook als dochter, partner, collega of ouder, is dit ontzettend belangrijk kennis. Het stelt je ook in staat om te achterhalen waar je kunt zoeken naar een oplossing als iets blijft terugkeren :)

De polyvagaaltheorie vertaald naar het kind


    Heb je wel eens het gevoel waargenomen dat je bij iemand was die boos werd en dat je daarbij zelf ook het gevoel kreeg dat je onrustig werd, of zelfs boos? Of dat je zelf voelde dat het onrustig was in je lijf en dat je bij iemand was waardoor je 'als vanzelf' rustiger werd?

    Hier is sprake van 'emotionele bluetooth'. Ons zenuwstelsel kent verschillende systemen die actief kunnen zijn en ook een andere reactie in het lijf bewerkstelligen. De nervus vagus, de 10e zenuw, speelt hierin een belangrijke rol. Zo zorgt de ventrale vagus voor verbinding en een gevoel van veiligheid en zorgt de sympathicus voor (een bepaalde mate van) actiebereidheid. Wanneer je als ouder, docent óf als kind (of jongere) begrijpt hoe je brein en zenuwstelsel samenwerken, kun je leren herkennen hoe je door de systemen heen beweegt en hoe je daar meer invloed op kunt uitoefenen. Niet om de 'controle' te behouden maar om het gevoel van welzijn en gezondheid te bewaken. Deze kennis is niet allen fascinerend, ik denk dat hij levensreddend kan zijn.


    Mocht je interessante handvatten zoeken om kinderen te begeleiden, kijk dan vooral even in de lijst van aanbevelingen.