Emoties zijn onze boodschappers


De mens beschikt over een aantal basisemoties. Veel van de andere emoties die we ervaren zijn terug te brengen naar deze basisemoties. Ik hou het er hier bij vier. Dat is overzichtelijk. De basisemoties zijn hier: bang, blij, boos en verdrietig.


Als je iets meemaakt, brengt dat vaak een bepaald gevoel met zich mee. Een bal in je gezicht maakt je boos, een standje van de juf misschien wel verdrietig, een mooi cijfer voor een proefwerk blij en iets anders maakt je weer bang. 


Door het leren herkennen benoemen van de emotie die je in je vaak lijf waarneemt, en het leren accepteren van deze emotie zonder het te willen veranderen, kun je emoties gaan zien als boodschapper. Zij vertellen je iets over jou, over hoe je iets ervaart en dat er misschien iets nodig is.Dit is een belangrijkere vaardigheid! Bovendien willen emoties stromen; zij willen absoluut niet vastgezet worden. En dat gebeurt als je niet goed begrijpt wat er gebeurt. Dan levert een lastige situatie spanning op, die je vervolgens niet kwijt kunt en die dus ook niet kunnen stromen en dát levert uiteindelijk (functionele) klachten op. 


De volgende stap na het herkennen en benoemen is het leren (h)erkennen wat je misschien nodig hebt als je deze situatie, of het gevoel, lastig vindt. De emotie is slechts een boodschapper van iets in jouw beleving dat aandacht nodig heeft; het wil gezien worden. En wanneer je met aandacht waarneemt wat er in je lijf en met je gevoel gebeurt, zal het zich niet vastzetten. 


Hang deze graphic op in je klaslokaal, praktijk of huiskamer en neem je kind mee naar de graphic als je ziet dat het kind hulp nodig heeft bij de emoties die het ervaart (behalve als het kind te emotioneel is, dan heeft het kind even geen ruimte om te praten, laat het dan eerst even rustig afkoelen). Neem samen de tijd om te onderzoeken wat er speelt en ontdekken wat helpend is voor het kind in deze situatie. 

Boosheid als kans


Boosheid is een interessante emotie. Soms vinden mensen het spannend als boosheid zich laat zien. Het kan in sommige gevallen bedreigend overkomen want als een ander boos is, wat betekent dat dan voor jou?


Maar eigenlijk is er met boosheid zelf niets mis. Boosheid is immers het resultaat van een grens die overschreden wordt en is daarmee een uiting van iets diepers. Boosheid laat zien dat er iets nodig is. Daarmee biedt boosheid een kans als hij naar boven komt in de omgang bij kinderen onderling. Het biedt de mogelijkheid om kinderen inzicht te geven in het belang en de betekenis van de emotie boosheid en de mogelijkheid om samen te onderzoeken waarop de emotie is gebaseerd. Vaak is hij terug te voeren naar het thema 'grenzen': grenzen aangeven, grenzen herkennen en grenzen erkennen. Dit samenspel speelt in de meeste gevallen een belangrijke rol bij pesten. In veel, zo niet de meeste, gevallen is er niet zozeer sprake van pesten maar van sociale onhandigheid: de kinderen herkennen nog onvoldoende wat er gebeurt en overzien niet wat hun gedrag teweegbrengt bij de ander. Is dat even goed nieuws! Het is namelijk de taak van de volwassen begeleiders om kinderen hier inzicht in te geven zodat zij de dynamiek van de sociale maatschappij beter leren hanteren. 


Met deze graphic kun je met leerlingen verschillende scenario's bespreken die mogelijk zijn wanneer iemand boos is en kun je samen op zoek naar een effectieve oplossing om de boosheid te erkennen en grenzen samen in acht te nemen. Zo kan boosheid bestaan zonder dat hij schadelijk is op het kind zelf, of de omgeving. 



Gedachten en intenties: ze beïnvloeden ons zonder dat we het door hebben


Stel je voor dat kinderen déze boodschap mee zouden krijgen: dank je wel dat je er bent. Wat fijn dat ik iemand zoals jij kent. Wat fijn dat we iemand zoals jij in onze klas hebben.


Wat zou dit dan voor gevolgen voor de ontwikkeling van het individuele kind of de klas hebben? 

Zomaar een gedachte...


Gedachtes... Ze kunnen je EINDLOOS bezig houden! Ze kunnen je helemaal in beslag nemen!


Toch zijn er manieren om jezelf los te maken van vervelende (pieker)gedachtes. Naar buiten gaan, de natuur in, is misschien wel een van de meest aantrekkelijke opties. Uit het hoofd, in het lichaam. Zo kun je letterlijk even afstand nemen van alles wat er in je hoofd (tussen vier muren) afspreelt. Een stukje wandelen, fietsen, een balletje trappen of gewoon op een bankje of onder een boom zitten in het zonnetje. Zonder (kop)telefoon het liefst: luister en kijk naar je omgeving. Zoveel te zien en te horen!


Je kunt jezelf ook helpen door gedachtes niet weg te drukken, of negeren, maar te bekijken, zoals je de wolken bekijkt die voorbij komen. Gedachtes ben je niet, je hebt ze! Dat is een groot verschil. Vooral qua beleving. Met dezegraphickun je dat onder de aandacht brengen bij leerlingen.


Een paar lleuke, open vragen voor in de klas bij deze graphic kunnen zijn:

  • Wat voor soort gedachten bestaan er eigenlijk?
  • Heb je verschillende manieren om met verschillende gedachtes om te gaan?
    Zo ja, wat doe je dan of hoe pak je dat dan aan?


Je kunt deze vragen eventueel stellen voordat je de graphic laat zien. Dan activeer je de leerlingen om eens na te denken hierover. Misschien kunnen jullie je met elkaarverwonderenover wat je samen allemaal wel niet te weten komt over gedachtes!


Sociaal-emotioneel leren (SER): hoe geit het met jou?


Hoe vaak check jij even bij jezelf in hoe het met je gaat? Hoe je je voelt? Hoe serieus neem jij je eigen grenzen? Hoe vaak ga jij je eigen grenzen over als je in gezelschap bent en je eigen grenzen vergeet of niet durft te zeggen dat je iets liever niet wilt (doen)? Hoe 'normaal' is het voor jou om met mensen uit jouw omgeving te praten over hoe het met je gaat, op dieper niveau? Niet de simpele 'hoe gaat het'/'goed'-gesprekken maar de échte gesprekken waarbij je doorvraagt op onderwerpen waarvan je weet dat het de ander raakt en waarbij jij ook wat meer uitwijdt op jouw antwoorden.


Soms is belangstelling tonen voor de ander tonen misschien nog wel makkelijker dan deze belangstelling naar jezelf toe te tonen. Hoe doe je dat eigenlijk? Dat valt onder sociaal-emotioneel leren: het leren stil te staan bij hoe je je voelt en hoe het met je gaat om dit vervolgens verder te onderzoeken als je merkt dat iets jouw aandacht vraagt. 


De meeste leerkrachten besteden wel aandacht aan sociaal-emotioneel leren als er zich een lastige situatie voordoet, bijvoorbeeld een ruzie of (hevige) telleurstelling, maar eigenlijk zijn dat precies de momenten waarop je juist moet kunnen terugvallen op vaardigheden die je hebt geleerd terwijl je kalm en rustig was. Dus, gek genoeg gaan we pas aandacht besteden aan deze belangrijke vaardigheden in het heetst van de strijd. En als je behoorlijk hoog in je emotie zit, dan ben je eigenlijk helemaal niet zo goed in staat om je ratio voor je te laten spreken want dat deel van je hersenen dat over executieve functies gaat is dan niet goed beschikbaar.


Eigenlijk overvragen we kinderen, of jongeren, op de moeilijkste momenten dus dubbelop! 


Wat kunnen we daaraan doen? Meer aandacht besteden aan onze staat van zijn op specifieke momenten: even inchecken bij jezelf. In het basisonderwijs is de start van de dag hier een goed moment voor. In het voortgezet onderwijs is elk wisselmoment geschikt om leerlingen even stil te laten staan bij hoe het met hen gaat. Deze graphic nodigt uit om even in te checken bij zichzelf maar maakt het onderwerp niet te zwaar. De docent zou de leerlingen hierna even kort de gelegenheid kunnen geven om het met de buurman of buurvrouw te bespreken. Het delen van emoties of gevoelens zou niet iets geks moeten zijn. Bovendien kunnen peers soms heel goed meedenken of steun geven aan iemand die het zwaar heeft. De sfeer in de klas moet hier natuurlijk ook wel naar zijn. De manier waarop je vorm geeft aan dit inchecken kan door elke docent zelf ingevuld worden al naar gelang de sfeer in de klas. 


Wat vertellen onze klachten ons?


Kan het zijn dat onze fysieke klachten ons ergens op proberen te wijzen? Kan het zijn dat lichamelijke klachten ons vertellen dat onze aandacht ergens bij gewenst is; bij iets dat nog niet gezien is? Het zou zo maar kunnen. Per dag heeft een mens tienduizenden gedachtes en van de meeste zijn we ons niet eens bewust. Onze gedachtes zijn gebaseerd op onze overtuigingen en onze overtuigingen zijn ontstaan in onze vroege kinderjaren. . 


In de jaren tachtig schreef Louise Hay het boek Je kunt je leven helen waarbij zij de relatie legde tussen overtuigingen (of gedachtes) en fysieke klachten. Ondertussen zijn er vele specialisten, waaronder Gabor Maté, Laurence Heller, Peter Levine, en vele anderen, die onderschrijven hoe ons emotionele welzijn en de gedachtes die we daarbij hebben, invloed uitoefenen op ons zenuwstelsel en onze hormonen en daarmee eventuele fysieke klachten die hieruit kunnen voortvloeien.

In het onderwijs is de groeimindset in opmars waarbij de leerlingen leren om helpende gedachtes te kiezen i.p.v. belemmerende gedachtes omdat helpende gedachtes het eenvoudiger maken om tot leren te komen en eventuele fouten te accepteren, ze te zien als onderdeel van het leerproces.
Ik denk dat het een kwestie van tijd is voordat de groeimindset ook op emotioneel vlak toegepast zal gaan worden in het onderwijs.


Met deze graphic kun je de relatie tussen emotionele behoeften en fysieke klachten in je klas onderzoeken. Dus stel je voor dat je veel hoofdpijn hebt, kan het dan, zoals Louise Hay aangeeft, dat je te maken hebt met zelfkritiek of angst? En welke gedachte zou je kunnen kiezen om deze zelfkritiek of angst om te buigen naar een gedachte die getuigt van zelfcompassie? Die ondersteunend is? Voor hoofdpijn zou dat wel eens dit gedachtepatroon kunnen zijn:


Ik hou van mezelf en waardeer mezelf. Ik zie mezelf en wat ik doe met liefdevolle ogen. Ik ben veilig


Deze graphic werkt overigens niet 1 op 1: door het toepassen van een helpende gedachten, of overtuiging, bij een klacht, kun je niet de klacht wegnemen. Je kunt wel bij jezelf onderzoeken wat voor effect een bepaalde overtuiging heeft op je lijf. Of je neemt je voor om jezelf elke avond even toe te spreken voor het slapen gaan (het rijstexperiment van hierboven in je achterhoofd houdende!).