Gedragsregulatie op school 


Het is voor de leerlingen en de docent wenselijk dat het helder is wat de verwachtingen naar de leerlingen toe zijn. Bij grote mate van zelfredzaamheid is een leerling in staat om het eigen gedrag dusdanig te beïnvloeden dat het kind het eigen leerproces zelf op gang kan brengen, kan houden én kan bijsturen. De motivatie en de betrokkenheid zijn hoog! Zelfredzaamheid is wel iets dat je moet leren. Leren reflecteren, zelfreflectie toepassen, is misschien wel de belangrijkste vaardigheid om tot zelfredzaamheid te kunnen komen. Bovendien gaat hand in hand met de manier waarop je over jezelf denkt, je self-efficacy: het geloof in eigen kunnen (vertrouwen op je eigen vaardigheid en leervermogen). 
Met behulp van deze rubrics kun je het wenselijke gedrag in kaart brengen en het kind stimuleren om steeds een stapje dichter bij het doel te komen. Iemand die zelfredzaam is toont zelfleiderschap. Dit individu is in staat om leiding te geven aan zichzelf en heeft daarbij niet of nauwelijks aansturing van buitenaf nodig. 


Korte uitleg bij de rubrics:

  • De rubrics gaat uit van vier niveaus: van onvoldoende tot goed. Je kunt deze niveaus ook beschrijven in termen als 'beginner' of 'topper'. 
  • Er worden drie 'topics' behandeld: aanwezigheid, begeleiding en zelfreflectie. Bij elk topic kan het kind op een ander niveau zitten. 
  • Wanneer de docent of begeleider met het kind regelmatig bespreekt op welke manier in de les aanwezig was, kan er vanuit de rubrics steeds feedforward gegeven worden wat het kind kan doen om een niveau te voltooien. 
  • Deze rubrics kan ook worden ingezet als gemeenschappelijk kader bij de beoordeling van de inzet van het kind bij de lessen. Met behulp van een gemeenschappelijk kader kan het kind, of de ouder of mentor, altijd herleiden waar de beoordeling van het inzetcijfer van een docent op is gebaseerd. 


Time-Out!


Gek wordt je er soms van! Die leerlingen die maar door blíjven gaan! Kinderen nemen simpelweg de ruimte die zij krijgen. Zij voelen feilloos aan welke bewegingsvrijheid zij van een docent krijgen. Daarmee is storend gedrag toch vaak te herleiden naar het klassenmanagement van de docent: Durf jij jezelf te zijn als je voor de klas staat? Ben je in staat om je eigen grenzen te herkennen en goed aan te geven? Communiceer je duidelijk en effectief met je leerlingen? Begrijpen leerlingen waarom bepaalde regels wenselijk zijn voor jou, of voor henzelf? Is het voor hen helder wat de consequentie is als zij zich er niet aan houden? Interessante vragen om even naar terug te gaan als je merkt dat het niet lekker loopt in een klas.


Het Time-Outformulier is een manier om jezelf en leerlingen tijdens de les even een momentje van bezinnen te gunnen als je merkt dat je grens wordt bereikt (je zet een Time-Outformulier dus in vóór een leerling daadwerkelijk over je grenzen gaat!). Het is een duidelijk signaal: zo wil ik het niet hebben. Bijgaande instructie kan bijvoorbeeld zijn: 'Nu is het klaar. Je krijgt een Time-Out. Je gaat nu even op de gang zitten, tien minuten, en je vult het formulier in. Over tien minuten zijn we allebei afgekoeld. Dan wil ik lezen wat je hebt opgeschreven en afhankelijk daarvan kijken we of het nodig is om afspraken te maken. Dan ben je weer welkom in de les maar dan verwacht ik wél van je dat stopt met storend gedrag en dat je je weer richt op de lesinhoud.' 


Het Time-Outformulier maakt dat de leerling op dieper niveau moet gaan nadenken over hetgeen er is gebeurd. Dat wil niet zeggen dat het hen lukt om het allemaal goed op te schrijven! Dat is best moeilijk, hoor! Het is iets dat je moet oefenen en het ligt mooi in de lijn van 'zelfredzaamheid', kolom drie: hoe goed reflecteer je op je eigen gedrag? 


Voor de docent is het belangrijk om je te beseffen dat kinderen vaak reageren vanuit een primaire emotie. Er borrelt iets op en op basis van die prikkel reageren kinderen. Maar, er ligt vaak iets aan ten grondslag! Laat je dus niet misleiden door de emotie, ook al is deze heftig; JUIST als deze heftig is! Een emotie is slechts een boodschapper. Wees nieuwsgierig om te achterhalen waar het gedrag vandaan komt,


Als je een leerling laat zien dat je de tijd en moeite neemt om te begrijpen wat er speelt, zonder dat je concessies hoeft te doen aan het gedrag van het kind, wees vooral begrenzend als dat nodig is, dan zal het kind aanvoelen dat je het beste met het kind voor hebt. En als je dan ook nog laat zien dat je het niet opgeeft, ook niet als het moeilijk is, dán ben je een 'significant other', iemand op wie het kind kan vertrouwen en terugvallen als het kind het moeilijk heeft. 


Dit formulier is slechts een voorbeeld van een mogelijke manier om het gedrag van leerlingen tijdens de les te begrenzen en bij te sturen. Maak het je vooral eigen, pas het aan of maak je eigen formulier!